ONGESCHOREM

Beste meneer Boekhoorn,

Elk jaar gaan mijn vrouw en ik naar dezelfde camping in Spanje. Dat doen we al jaren. Ik kwam daar vroeger al met mijn ouders en kom daar nu nog steeds. Heel fijn, want ondertussen ken ik iedereen en iedereen kent mij. Dat heeft een reden. Ik ben namelijk een soort van living legend daar.

U weet misschien nog wel dat de zomer van 2001 een bijzonder hete was. Zo ook bij ons op de camping. Buiten zitten is geen optie. U kent die dagen wel. Dus ik zit rond de klok van half 5 in de voortent wat te prutsen met een schaar. Geen bijzonder ding, gewoon dat model van 3 euro dat jullie de ‘huishoudschaar’ noemen. Ziet u mij zitten? Dan vliegt er plots een wesp aan mijn neus voorbij. Ik vermoed nog altijd dat die op de fles limonade af kwam die een beetje was gaan lekken in ons keukentje. Dat beest vliegt in ieder geval vlak voor mijn neus langs, alsof hij mij aan het tarten is. En nog een keer. En nog een keer. En dan gebeurt het.

Mijn duim en wijsvinger drukken strak tegen de ogen van de schaar aan. Klaar voor actie. Met een handeling die ik nog altijd als het hoogtepunt uit mijn leven beschouw breng ik mijn arm omhoog, open de messen van de schaar en met een katachtige beweging knip ik in de richting van waar ik de wesp verwacht. Het moment daarna lijkt minuten te duren. Een golf van euforie rolt door mijn lichaam. Muziek zwelt aan. Mijn ogen worden waterig.

Twee helften van een wesp dwarrelen naar beneden als geel-zwarte regen. Mens versus insect staat nu 1-0 en de wedstrijd is gelijk afgelopen. Ik lijk 10 cm groter te zijn geworden. Mijn lichaam gloeit van trots. Ik voel me onsterfelijk. Ik voel me God. Tegelijkertijd weet ik dat ik zoiets nooit meer mee ga maken. Dit is mijn magnum opus. Hier moet ik wat mee doen.

Vandaar dan ook dit mailtje om te solliciteren. Ik denk namelijk niet dat jullie een verkoper met een beter verhaal gaan vinden. Winkel-medewerker? Ik ben er geknipt voor.

Peter de Ciseaux